Betekenis WKC voor U
Vertrouwd met werkgeverszaken
De Vereniging Werkgevers Kunst en Cultuur (WKC) is de werkgeversorganisatie voor werkgevers uit diverse velden in de kunst- en cultuursector. De leden vervullen uiteenlopende functies in de culturele infrastructuur, zoals fondsen, genre-instituten, festivals, tweede-faseopleidingen, werkplaatsen en concoursen. Deze functies komen voor in vele velden binnen de cultuursector: amateurkunst en kunsteducatie, architectuur, beeldende kunst en vormgeving, film, letteren en podiumkunsten. Daarnaast kent de WKC veel leden die een bovensectorale functie vervullen. Zie voor een compleet overzicht van de ledenkring de ledenlijst.
ACHTERGRONDINFORMATIE
MISSIE
Onze missie is de aangesloten organisaties te versterken in hun werkgeversrol en ze te adviseren over en daadwerkelijk te ondersteunen bij het werkgeverschap in de sector kunst en cultuur. De WKC is aangesloten bij de Federatie werkgeversverenigingen in de Cultuur (FC), het overkoepelende orgaan waarin alle brancheorganisaties uit de culturele sector zijn verenigd. De werkgeversbelangen worden via de FC op sectoraal niveau behartigd. WKC-leden kunnen gebruikmaken van werkgeversinformatie die via de FC wordt verspreid. Daarnaast is de WKC is lid van MKB-Nederland.
GESCHIEDENIS
1990: Vereniging van Werkgevers in de sector Kunst & Cultuur
Bij het ontstaan van de Vereniging van Werkgevers in de sector Kunst & Cultuur rond 1990 werd niets méér beoogd dan het bij CAO regelen dat alle werknemers van de rijksgesubsidieerde instellingen gebruik konden maken van de VUT-regeling (tegenwoordig Vroegpensioenregeling). Kort daarna kon de Vereniging van Werkgevers in de sector Kunst & Cultuur ook met één handtekening namens alle werkgevers in de branche de toegang regelen tot het Scholingsfonds Kunst en Cultuur. Meer dan dat deed de vereniging niet en het lidmaatschap was dan ook gratis. In veel gevallen waren de leden van de vereniging ook al lid van een eigen branchevereniging; sommige daarvan werkgeversverenigingen, andere belangenverenigingen.
In de loop van de jaren ‘90 namen de verantwoordelijkheden en risico’s van het werkgeverschap fors toe als gevolg van herstructurering van de sociale zekerheid. Het werkgeverschap werd een steeds meer omvattend, risicovol en verantwoordelijk begrip. Alle werkgevers in de sector kunst en cultuur werden ook geacht op de hoogte te zijn en te blijven van de wijzigingen in de sociale wet- en regelgeving. Bijblijven alleen al werd een dagtaak (Arbowet, Arbeidstijdenwet, Flex en Zekerheid, PEMBA, SUWI, Poortwachter, VAR-regelingen, CWI) laat staan dat individuele werkgevers in staat zouden zijn tot het beïnvloeden van en anticiperen op aanstaande wetgeving. De meeste werkgevers in de kunsten zijn kleinschalig (klein of middelgroot bedrijf) met daaraan verwante zorgen: omgaan met (nieuwe) wet- en regelgeving, relatief hoge administratieve lasten, weinig of geen personeel dat gespecialiseerd is in personeelsbeleid, arbozorg, loopbaanbegeleiding, reïntegratiebeleid, werknemersverzekeringen, et cetera.
Als antwoord op de maatschappelijke ontwikkelingen en de gevolgen hiervan voor het werkgeverschap in de sector werd de ‘slapende’ vereniging in 2000 nieuw leven ingeblazen. De lange naam werd in de wandelgangen ingekort tot Vereniging van Werkgevers in de Kunsten, afgekort WK, en de belangen van de aangesloten instellingen werden meer actief behartigd.
2000: WERKGEVERS IN DE KUNSTEN (WK)
De WK nam een voortrekkersrol op zich in gezamenlijke activiteiten die het belang van de sector dienden en in de informatievoorziening over werkgeverszaken en belangenbehartiging. Vanwege de brede achterban en de koepeloverstijgende belangen, was dit op dat moment een logische rol. Een aantal voorbeelden.
De WK was de initiatiefnemer van het proces tegen de Staatssecretaris en diens besluit tot het opleggen van een arbeidsproductiviteitkorting aan de sector. Na drie jaar procederen werd dit proces helaas verloren in 2002.
Samen met Kunsten ’92, de Federatie van Kunstenaarsverenigingen, FNV KIEM en de Ntb organiseerde de WK de actie 'Een pond veren vliegt alleen als er een vogel in zit' ter verbetering van arbeidsvoorwaarden en om aandacht te vragen voor de lastenverzwaringen als gevolg van de toenemende wet- en regelgeving. De actie overtuigde de Tweede Kamer van de noodzaak meer geld beschikbaar te stellen (€ 40 miljoen).
De WK was in 2001 en 2002 een van de opdrachtgevers van de onderzoeken van Cap Gemini Ernst & Young op het gebied van de arbeidsvoorwaarden in de kunstensector.
De motie Rosenmöller zorgde ervoor dat er substantieel iets werd gedaan aan het niveau van de arbeidsvoorwaarden in de sector Cultuur.
Ook ten aanzien van de informatievoorziening nam de WK initiatief. Om alle in de Cultuurnota gesubsidieerde instellingen regelmatig te informeren over de ontwikkelingen op het terrein van werkgeverschap, ontwikkelde de WK een Nieuwsbrief. In 2001 werd de WK-website operationeel. Op de website werd de informatie uit de nieuwsbrieven overzichtelijk gearchiveerd waardoor leden gemakkelijk informatie over werkgeverszaken en sociale wet- en regelgeving konden vinden. In het najaar van 2001 werd ook de telefonische WK-helpdesk geopend, voor onder andere juridisch en/of sociaal economisch advies en/of informatie met betrekking tot werkgeverszaken.
De WK voerde namens alle cultuurinstellingen onderhandelingen met OCW en VNG over I/D-banen en informeerde de cultuursector hierover. Ook speelde de WK een actieve rol in het uitdragen van het rapport 't Bost aan, een FC-onderzoek naar autonome kostenstijgingen.
Veel van de (circa 250) aangesloten werkgevers bij de WK waren ook al lid van één van de werkgeversverenigingen in de branche, zoals de Vereniging voor Nederlandse Theatergezelschappen en –producenten (VNT), Contactorgaan Nederlandse Orkesten (CNO), Directie Overleg Dans (DOD), Vereniging Nederlandse Muziek Ensembles (VNME) et cetera. Omdat hun eigen vereniging geen toegang bood tot het Vroegpensioenfonds Kunst en Cultuur en het Scholingsfonds Kunst en Cultuur, was aansluiting bij de WK nodig om gebruik te kunnen maken van deze regelingen. De WK en de andere werkgeversverenigingen hadden daardoor een deels overlappende achterban. Dit was verwarrend in de verhouding tussen WK en de brancheverenigingen, temeer omdat er inmiddels een regulier overleg van brancheverenigingen bestond dat de naam ‘Federatie van werkgeversverenigingen in de Cultuur’ (FC) 1, draagt. De FC vormde een bovensectorale federatieve samenwerking van verenigingen in alle velden van de cultuur – van bibliotheek tot kunstuitleen, van film tot podiumkunsten.
Eind 2002 kwam het vierde rapport van Cap Gemini, Ernst en Young uit in de reeks van onderzoeken naar arbeidsvoorwaarden in de kunst en cultuursector en professionalisering van het werkgeverschap. Een belangrijke aanbeveling uit deze afrondende rapportage Meer tijd voor kunst was om brancheorganisaties aan de werkgeverskant in de sector kunst en cultuur beter te structureren. Daarbij wordt een zo hoog mogelijke organisatiegraad - zowel kwalitatief als kwantitatief - onder werkgevers in de sector nagestreefd.
De veranderingen in de omgeving, van werkgeverschap in het algemeen, en de ontwikkelingen van de FC vormden de aanleiding om het doel, de plaats, de taak, de werkwijze en de organisatie van de WK opnieuw te formuleren om de leden in de toekomst nog beter te kunnen ondersteunen en de gezamenlijke belangen nog beter te behartigen.
De WK moest de werkgeversvereniging worden voor alle (rijksgesubsidieerde) instellingen die niet lid zijn van een andere branchevereniging. De WK staat dan naast de collega-verenigingen en niet daarboven of daartussendoor. De historisch gegroeide voortrekkersrol van de WK ‘oude stijl’ zoals hierboven geschetst, wordt overgenomen door de FC als overkoepelende, bovensectorale belangenbehartiger.
2003: VAN WK NAAR WKC
Het jaar 2003 markeert de overgang van de oude Vereniging van Werkgevers in de sector Kunst en Cultuur (kortweg Werkgevers in de Kunsten of WK), naar de nieuwe vereniging Werkgevers Kunst en Cultuur (WKC).
Zodra de toegang tot het Vroegpensioenfonds Kunst en Cultuur en het Scholingsfonds Kunst en Cultuur ook via de FC kon worden geregeld, was er geen reden meer voor een overlappende achterban tussen de WK en andere koepelorganisaties. Immers, de instellingen die naast de WK ook lid waren van een andere bij de FC aangesloten koepelorganisatie, hadden de WK niet meer nodig om gebruik te kunnen maken van beide fondsen.
Na een 'ontkoppelingsoperatie' werd eind 2003 de WK een echte, zelfstandige werkgeversorganisatie die alleen de eigen leden ging bedienen. De eerste stap in de herstructurering van de vereniging was dus vreemd genoeg niet het werven van leden, maar juist het ontkoppelen van een groot deel van de oude leden. Alleen de organisaties die nog niet waren aangesloten bij een andere FC-koepel konden lid blijven van de WK. Zo'n 120 organisaties kwamen voor het lidmaatschap in aanmerking en vormden de nieuwe doelgroep van de vereniging: werkgevers in uiteenlopende functies in de culturele infrastructuur zoals fondsen, genre-instituten, festivals, manifestaties en evenementen; tweede-faseopleidingen, werkplaatsen, concoursen. Deze functies komen voor in vele velden binnen de cultuur: amateurkunst en kunsteducatie, architectuur, beeldende kunst en vormgeving, film, letteren en podiumkunsten. Voor het eerst moest nu ook contributie worden betaald voor het lidmaatschap. De nieuwsbrief werd voortaan exclusief aan WKC leden verzonden.
De nieuwe vereniging kreeg een nieuwe naam: Vereniging van Werkgevers Kunst en Cultuur, afgekort WKC. In de eerste ledenraadvergadering op 22 september 2003 werd een bestuur benoemd en de statuten vastgesteld. De focus van de WKC zal liggen op de werkgeverszaken. Voor belangenbehartiging op andere gebieden is de vereniging te pluriform.
2008: WKC STAAT OP EIGEN BENEN
Sinds 1 oktober 2008 staat de WKC daadwerkelijk op zijn eigen benen, dat wil zeggen: daar waar WKC in het verleden was gehuisvest bij de VNT en tevens gebruik kon maken van de ondersteuning daar, is de WKC sinds oktober 2008 verzelfstandigd. Sinds januari 2009 heeft dit erin geresulteerd dat WKC zelfstandig is gehuisvest en de bestuurssecretaris zowel functioneel als hiërarchisch verantwoording is verschuldigd aan het bestuur. Speerpunten zijn de verdere professionalisering van de ondersteuning van de leden van de WKC en eventuele uitbreiding hiervan. Onderdeel hiervan is het afsluiten van overeenkomsten met gecertificeerde partners wiens diensten de leden van de WKC met korting kunnen afnemen. Klik hiervoor op Ledenvoordeel


Voeg een reactie toe